Rejection sensitivity in een notendop.
Het is een basisbehoefte van de mens om erbij te willen horen. Onze kansen om te overleven worden als mens namelijk groter als we in een groep leven. Dus als je merkt dat de meeste mensen in de groep anders reageren/andere dingen leuk vinden, pas je je aan, zodat je niet buiten de boot valt. Dit aanpassen gebeurt vaak al als kind.
Hooggevoelige kinderen kunnen zich supergoed aanpassen. Ze scannen en analyseren de omgeving en weten precies wat de ander verwacht. Zo krijgen ze het gevoel dat ze erbij horen. Het gaat vaak zo ver dat hooggevoeligen niet goed weten wat ze zelf nu eigenlijk willen/denken, omdat ze gericht zijn op wat is er nu handig voor mijn omgeving. Hoe blijft de sfeer fijn, hoe kan ik mij het beste gedragen? Je ontwikkelt een manier om te voorkomen dat je afgewezen wordt. In de literatuur (veel genoemd door Saskia Klaaysen) spreekt men over rejection sensitivity of afwijzingsgevoeligheid.
De angst voor afwijzing en niet verbonden voelen zorgt ervoor dat je gaat aanpassen. Aanpassen betekent niet jezelf kunnen zijn en kost jouw systeem veel energie (denkkracht, creativiteit, iets doen wat je diep van binnen niet wil). Het gaat tegen jouw natuur in en dat zorgt voor frustratie. Uiteindelijk keur je jouw eigen gedrag af (waarom deed ik dit nu?) en voel je je ongemakkelijk of schuldig. Aangezien dit echter het gedrag is wat je al vanaf jouw jeugd uitoefent, zal je de volgende keer weer uit angst voor afwijzing jezelf aanpassen.

Hoe stop ik met dit gedrag?
De eerste stap is het ervan bewust worden dat je handelt uit angst in plaats vanuit eigen drijfveren. Met stappen zoals een zoektocht naar jouw kernwaarden en drijfveren, meer kennis over jouw hooggevoelige systeem en meer aanwezig zijn in het nu in plaats van in jouw hoofd kun je langzaam gaan handelen vanuit waar jij voor staat en zal je minder vaak in de afwijzingsgevoeligheid vastzitten.
Wil je hier een keer over in gesprek neem dan contact op met mij via antoinette@blijenderwijs.nl